Het gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals insecticiden en fungiciden heeft een doorslaggevend negatief effect op wilde planten- en diersoorten in de Europese akkerbouwgebieden. In een onderzoek van Wageningen University, onderdeel van Wageningen UR, en acht andere Europese universiteiten komt naar voren dat een verdubbeling van de agrarische productie leidt tot een halvering van het aantal wilde plantensoorten. Kevers en broedvogels gaan er met een derde op achteruit. Tegelijkertijd met de intensivering van de landbouw nemen de kansen voor biologische bestrijding af.
De onderzoekers bepleiten dan ook om op grote schaal het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot een minimum terug te brengen. Alleen op deze manier is het herstel van biodiversiteit op akkerland te bevorderen en kan het potentieel voor de biologische bestrijding van plagen omhoog.
Het internationale onderzoeksteam onderzocht in negen gebieden in West- en Oost-Europa steeds 150 percelen van dertig akkerbouwbedrijven. De onderzoekers maten 21 eigenschappen van het gebruik van het perceel en van het omringende landschap. Hiertoe behoren onder meer de afwisseling van het landschap, de mate van bemesting en de toepassing van chemische bestrijdingsmiddelen, zoals insecticiden en fungiciden.
Uit de statistische analyse van de onderzoeksgegevens blijkt dat het gebruik van pesticiden, zoals in de intensieve akkerbouw, consistent een negatief effect heeft op de biodiversiteit van wilde planten, kevers en broedvogels. Wanneer akkers op een biologische manier worden bewerkt of als er sprake is van beheersovereenkomsten waarbij er minder of geen pesticiden worden toegepast, blijkt dit in heel Europa positief uit te werken op het aantal planten- en keversoorten. Het aantal vogelsoorten blijft echter nagenoeg gelijk. Vogels, vlinders, en bijen zoeken voedsel in een groot gebied, waardoor ook pesticidegebruik op aangrenzende akkers voor hen negatief kan uitwerken.
Biologische bestrijding
Het onderzoeksteam concludeert bovendien dat de verminderde biodiversiteit een negatief effect heeft op de mogelijkheden voor biologische bestrijding. Deze is gemeten door te kijken naar de overlevingskansen van uitgezette bladluizen die door natuurlijke vijanden worden opgegeten.
Europa
De afgelopen vijftig jaar zijn door de intensivering van de landbouw veel wilde planten- en diersoorten regionaal of landelijk uitgestorven. In die periode zijn bedrijven en percelen vergroot en veranderde het landschap, doordat heggen en ruige akkerranden werden opgeruimd. De percelen werden meer bemest en meer met pesticiden bespoten. Vanaf begin jaren ’90 is het Europese beleid erop gericht het pesticidengebruik terug te dringen.
Voor de biodiversiteit in Europa zijn de gemeten effecten zeer belangrijk. Agrarisch land is met 43 procent van het oppervlak van de 27 lidstaten van Europa de omvangrijkste landschapsvorm waarin de helft van het aantal Europese vogels voorkomt en 20 tot 30 procent van de (Britse en Duitse) flora.
De Verenigde Naties hebben 2010 uitgeroepen tot het jaar van de biodiversiteit. Overal zijn de ogen gericht op wat er effectief gedaan wordt om het verlies aan biodiversiteit te stoppen. De vraag is… wat doe jij? Het is tijd om als mens, als bedrijfsleider, als politicus, als landbouwer actie te ondernemen. Als we nu handelen, kunnen onze kinderen hun wereld nog delen met vlinders, zwaluwen, ijsberen en tijgers.
Breng je goede voornemens voor 2010 in de praktijk en draag jouw steentje bij aan het behoud van onze levensnoodzakelijke biodiversiteit;
• Ga op ontdekkingstocht naar de 40.000 dier- en plantensoorten die er zijn in de Benelux
• Inhaleer zuivere lucht, drink schoon water en eet gezonde voeding
• Investeer als moedige landbouwer of bedrijfsleider in een groene toekomst
• Bescherm als innovatieve politicus ons natuurlijk erfgoed
• Inspireer je vrienden met biodiverse initiatieven
• Kijk om je heen naar duizenden vrijwilligers met een hart voor natuur
• Koop duurzame producten: beter voor jou en voor je wereld
• Creëer een woonomgeving met bewuste buren met echte natuur in de tuin
• Breng de bestaande kennis in de praktijk; het warm water is al uitgevonden
• Observeer de kwakende kikkers, fladderende vleermuizen en kwetterende zwaluwen
• Voorzie grote, aaneengesloten natuurgebieden als leefgebied voor lokale dieren en planten
• Verspreid deze mail en geef het internationale jaar van de biodiversiteit veel aandacht
Rotorbladen voor windturbines hebben ondertussen reusachtige maten, de langste zijn meer dan 60 meter lang. Ze worden gemaakt uit een glasvezelversterkte kunststof, een materiaal uit de vliegtuigbouw. [Video]
De torens voor grote windturbines worden in segmenten met een diameter tot zes meter gefabriceerd. Daarbij moet heel nauwkeurig gewerkt worden want op een lengte van 100 meter moet alles tot op de millimeter kloppen. [Video]
De bijdrage uit windenergie moet in Duitsland de komende jaren verdubbeld worden. En centrale rol zal daarbij toebedacht zijn aan “Repowering”. Dat wil zeggen, dat oudere, minder vermogende installaties door mrrt vrtmogrnfr vrtvsngrn worden. Daarbij wordt het aantal turbines vermindert. [Video]
Het eerste duitse windpark op zee Alpha Ventus ligt 45 Kilometer ten noorden van het eiland Borkum. Het dient als restplattforum voor de die Offshore-toekomst van de windindustrie en levert stroom voor 50.000 huishoudens. [Video]
2010 is niet alleen het jaar waarin de terugval van de biodiversiteit had moeten gestopt worden (belofte van 2001), het is ook het jaar waarin de EU de krijtlijnen zal vastleggen voor het biodiversiteitsbeleid van de komende jaren (‘post 2010′). In januari zal de Commissie daarover plannen op tafel leggen. De laatste Raad van Milieuministers van 2009 riep de Commissie alvast op tot een zeer ambitieus beleid. Naast meetbare en haalbare doelstellingen, gebaseerd op de best beschikbare wetenschappelijke kennis vragen ze maatregelen om onze ecologische voetafdruk te verkleinen. Als de leefmilieuministers hun enthousiasme op nationaal niveau doortrekken, dan ziet het er goed uit…
[powered by WordPress.]
Je kunt er niet omheen....
Bijna dagelijks worden wij met onze neus op milieuproblemen gedrukt: stank, lawaai, verontreinigd water...
maar ook structurele problemen: stervende bossen, verzuurde bodem, broeikas-effect, verkeersellende,
aantasting van de ozonlaag enz...
Al deze symptomen wijzen erop dat natuur en milieu ernstig ziek zijn en dat met vereende krachten
door politici, bedrijfsleiders, wetenschappers, milieuactivisten én iedere burger getracht moet worden
onze aarde ongeschonden door te geven aan hen die na ons komen.
Wij als ABC_MILIEUGROEP voelen ons verantwoordelijk voor onze kinderen en kleinkinderen.
18 queries. 0.380 seconds